|
Voeding en aftrainen |
||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||
|
In het judo en jiujitsu worden tijdens wedstrijden met
gewichtsklassen gewerkt. De sporter zal er steeds voor moeten zorgen dat hij
niet te zwaar wordt. Als hij voor een wedstrijd toch te zwaar is, zal hij
moeten afvallen. Dit wordt meestal aftrainen genoemd en ook wel 'gewicht
maken'. De term aftrainen wordt overigens ook gebruikt
wanneer de sporter met zijn wedstrijdcarrière stopt en in de loop van een
aantal maanden zijn trainingsomvang en -intensiteit verminderd. Elke sporter kent de verhalen dat iemand in een paar dagen
vele kilo's is afgevallen en toch gewonnen heeft. Echter, met deze methode
kan de gezondheid risico's lopen en de prestatie verslechteren Bij juist aftrainen moet een aantal zaken goed in de gaten gehouden
worden. Om te kunnen ademhalen, lopen, denken, sporten is energie
nodig. Energie halen we uit ons voedsel, met name
uit koolhydraten en vetten. Bij intensieve sportbeoefening zijn koolhydraten
de beste brandstof. Nemen we teveel energie op met eten, dan wordt dit in ons
lichaam opgeslagen als vet. Onze voeding bestaat uit een heleboel verschillende
componenten. In de voedingsleer worden deze onderdelen in verschillende
groepen ingedeeld. Om te beginnen wordt er een tweedeling gemaakt in stoffen
waarvan we grote hoeveelheden nodig hebben: macronutriënten en stoffen die we in hele kleine
hoeveelheden nuttigen: Micronutriënten Vervolgens worden deze twee hoofdgroepen onderverdeeld in de
verschillende subgroepen. Voor de macronutriënten zijn dit: KOOLHYDRATEN VETTEN EIWITTEN Voor de micronutriënten: MINERALEN VITAMINEN SPORENELEMENTEN Daarnaast hebben we nog vezels en water nodig. In het normale Nederlandse voedingspakket bestaande uit de
voedingsmiddelen van de maaltijdschijf zitten ruim voldoende vitaminen,
mineralen, sporenelementen en eiwitten. Meestal eten we in de westerse
wereld te veel vet en naar verhouding te weinig koolhydraten. In koeken en
repen zit bijvoorbeeld veel energie. Helaas komt deze energie uit vet en
zitten er weinig nuttige stoffen zoals vitaminen en mineralen in. Koolhydraten zitten vooral in suiker, meelspijzen (brood,
macaroni), aardappelen, rijst, peulvruchten. Een gewenste verhouding van
koolhydraten, vetten en eiwitten is: ruim de helft (55 Energie% = En%)
koolhydraten, éénderde (30-35 En%) vetten en de rest (10-15 En%) eiwitten. Zonder sportbeoefening is er naast de voeding dagelijks al
minimaal 1-2 liter water nodig om alle lichaamsprocessen soepel te laten
verlopen. Bij sporten gaat extra water door zweten verloren. Het is belangrijk
om dit waterverlies te herstellen door te drinken. Het
waterverlies kan tot 1 liter per uur oplopen. Dit is eenvoudig te schatten door voor en na een training te
wegen. Het advies is om tijdens intensieve trainingen of bij warme dagen
tussendoor een drinkpauze in te lassen.
Meestal trainen sporters in korte tijd vele kilo's af. De
meeste gewichtsvermindering komt voor rekening van water- en koolhydratenverlies. De
gevolgen hiervan zijn dat kracht, krachtuithoudingsvermogen, snelheid,
uithoudingsvermogen en coördinatie verslechteren Kortom: de sportprestatie lijdt
eronder. Sommige sporters zullen zeggen dat de prestaties ondanks veel
gewichtsverlies goed waren. Bij verantwoord aftrainen waren ze echter nog
beter geweest en had de gezondheid minder risico gelopen! Met aftrainen wordt veelal te laat begonnen en de sporters
doen dit in het algemeen door veel minder (te
weinig) te eten en weinig te drinken. Meestal combineren ze het met hardlopen.
In een aantal gevallen zal er ook warmtebelasting aan te pas komen in de vorm
van zweetpakken, een warm bad of saunabezoek. De zweetpakken worden
samengesteld uit warme kleding en soms daar overheen een regenpak of een
opengeknipte vuilniszak. Er zijn verhalen dat plaspillen (dopinglijst!) en
laxeermiddelen gebruikt worden en dat er soms opzettelijk overgegeven wordt.
De meest gebruikte plaspil is furosemide 40 mg (Lasix®), omdat deze snel werkt en binnen 2 uur tot extra plassen aanzet. Een andere extreme methode
is touwtje springen in de sauna met een zweetpak aan. Deze laatste methoden
kunnen levensgevaarlijk zijn. In één van de gewichtklasse sporten is een
overlijden door dopinggebruik, inclusief plasmiddelen, bekend. De gevaren die men loopt, zijn dat de nieren door uitdroging
beschadigd raken en dat de bloedsamenstelling verstoord raakt. De verhouding
van de verschillende zouten in het bloed verandert en het bloed wordt
stroperiger. Een groot risico neemt men wanneer men tijdens warm weer extreem
op vocht aftraint. Men kan zo een hitteberoerte krijgen. Het vocht in het
lichaam heeft onder andere de taak om de lichaamstemperatuur niet te hoog op
te laten lopen. Bij vochtverlies van 3% van het lichaamsgewicht wordt het
prestatievermogen minder. Wordt dit meer dan 4-5% van het lichaamsgewicht dan
loopt men het risico op oververhitting. Tussen weging en eerste wedstrijd zit vaak 2-3 uur tijd. Het
blijkt echter onmogelijk om in deze tijd het verloren vocht weer volledig
aan te vullen. Het vocht dat men drinkt heeft namelijk meer tijd nodig om uit
de maag en darmen opgenomen te worden in het bloed. Hetzelfde geldt voor het
eten. De conditie die men verliest met verkeerd aftrainen
kan dus niet in 2 uur hersteld worden!
Om toch zo goed mogelijk de tekorten aan te vullen, lijkt het
beste om na zwaar aftrainen na de weging speciaal
samengesteld drinken te gebruiken. Vochtinname is het belangrijkste. Begin
met een liter te drinken. Wacht een kwartier. Drink daarna ongeveer 1 bidon
(0.5 liter) per 20 minuten tot het gewicht aan vochtverlies hersteld is. De
sporter weet precies hoeveel kilo hij de laatste dag(en) is afgevallen. Dit
snelle gewichtsverlies bestaat vrijwel volledig uit vocht. 1 liter vocht komt
ongeveer overeen met 1 kilogram lichaamsgewicht. Men kan als drank water, of
water met vruchtensap gebruiken of men drinkt een commerciële dorstlesser (Extran-blauw, Isostar, AA-drink, Born e.d.). Het voordeel
van verdund vruchtensap en dorstlesser boven gewoon water is, dat er ook
koolhydraten en zouten in zitten. De koolhydraten kunnen extra aangevuld
worden met verdunde energiedrank (AA-high energy, Isostar Long Energy, Extran-groen).
Marsen en dergelijke verteren te langzaam en bevatten niet de beste
koolhydraten (suikers) en veel vet. De beschreven methoden moet men eerst in
de training of op minder belangrijke wedstrijden uitproberen. Sommige mensen
worden misselijk van de energiedrank (dan verdunnen met water). Men moet
zich overigens realiseren dat het vochtverlies van meer dan 2-3% van het
lichaamsgewicht ondanks de inname van de verloren hoeveelheid vocht niet tot
een volledig herstel van de conditie leidt. Het vocht zit wel in de maag en
darmen, maar nog niet in de spieren die de prestatie moeten leveren! Heeft men heel geleidelijk kunnen afvallen of was men al op
gewicht, dan is het niet noodzakelijk om speciale voedingspreparaten te gebruiken.
Een licht verteerbare maaltijd en vochtinname zijn dan voldoende. Tijdens de wedstrijddag moet men vocht en koolhydraten
gebruiken. Dit dient men de gehele dag door te doen, vooral wanneer men veel
heeft moeten aftrainen. De sporter kan dezelfde dranken
gebruiken als na de weging. Eten moet in de vorm van
lichtverteerbare koolhydraten: wit brood met zoet beleg; eierkoeken; energiedrank;
energierepen; banaan e.d.
De sporter haalt tijdens sportbeoefening zijn energie uit de verbranding van met name koolhydraten. Wanneer de
sporter af moet vallen om in zijn gewichtsklasse te kunnen komen moet hij
ervoor zorgen dat hij in de weken voor de wedstrijd voornamelijk vet
verliest. Dat dit niet eenvoudig is heeft men misschien zelf ervaren. Om 1
kg lichaamsvet (7000 kcal) af te breken moet iemand van 75 kg bijna 8 uur
hardlopen met een snelheid van 11 km/uur, of ruim 7 uur judoën. Om af te
vallen moet er dus een combinatie plaatsvinden van sporten en minder eten en
vooral door minder vet te eten. Koolhydraten en eiwitten moeten
doorgegeten worden, anders wordt de sportprestatie minder. Een hongerdieet, waarbij in korte tijd veel gewicht verloren wordt, gaat ten koste van de prestatie. Het
gewicht dat dan verloren gaat bestaat uit water, koolhydraten en spiermassa.
Een optimale gewichtsvermindering is 0.5-1 kg per week, zodat er geen
vetvrije massa verloren gaat (=spieren). Groeiende kinderen mogen uit medisch oogpunt niet aftrainen.
Het is aangetoond dat er dan een tijdelijke groeivermindering kan ontstaan
van wel 5 cm. Ook moet er opgelet worden dat groeiende sporters voldoende
eten, ook al trainen ze niet af. Een constante strijd met het gewicht geeft
een verhoogde kans op blessures. Het advies is om kinderen niet meer dan
0.5-1 kg boven hun wedstrijdgewicht te laten zijn, en liefst erop of er iets
onder. Wanneer men vaak of veel in een seizoen op vet moet aftrainen,
zal men merken dat dit steeds moeilijker gaat Een tweede probleem is dat men
ook steeds gemakkelijk weer aankomt. Door veel in gewicht te schommelen gaan
bepaalde vet-enzymen steeds beter werken, zodat de
voeding sneller in lichaamsvet wordt omgezet: het jojo-effect. De ruststofwisseling
wordt tevens lager met als gevolg dat in rust ook minder calorieën verbruikt
worden. Voedingswaren die men bij het afvallen bijvoorbeeld niet mag
eten of drinken: frites, varkensvlees, cola en andere frisdranken (27
suikerklontjes per liter!), alcohol, koek, snoep, chocolade, gebak, volle
melk, roomboter, pinda's, pindakaas, zoutjes, enz. Zaken die bijvoorbeeld wel gegeten of gedronken mogen worden
zijn: mager rundvlees, gekookte vis, kip zonder vel, brood, eierkoeken,
ontbijtkoek, halvarine, karnemelk, magere melkproducten, bronwater, light frisdranken, koffie en thee zonder melk en suiker,
en natuurlijk koolhydraten in matige porties. Het laatste beetje gewicht (maximaal 2%)
kan afgetraind worden op vocht. Wanneer men meer dan 3% van het lichaamsgewicht op vocht aftraint zal dit ten koste gaan van de prestatie. Het advies is om tussen toernooien niet zwaarder dan 3% boven
het wedstrijdgewicht te zijn. Zijn er vaak problemen om de gewichtsklasse te halen, dan kan
men middels een huidplooimeting, een eenvoudige
doch goede methode, het vetpercentage bepalen en dan het optimale gewicht
uitrekenen. Deze meting moet gedaan worden door een deskundige: sportmedisch
adviescentrum (SMA), sportarts, sportfysiotherapeut, of diëtist. De trainer
kan het ook zelf leren. Komt men tot een bepaald advies,
dan zal dit uiteraard met alle betrokkenen besproken moeten worden. Naast
medische argumenten zijn er ook sporttechnische argumenten voor een bepaalde
gewichtsklasse. De (para)medicus zal met sporter, trainer en eventueel
ouders moeten overleggen.
Om het bovenstaande toe te lichten volgt nu een voorbeeld hoe
men met zijn voeding in de praktijk om kan gaan. Er wordt een dagmenu
beschreven en vervolgens worden mogelijke besparingen op calorieën gegeven. Ontbijt: 2 bruine boterhammen met halvarine, 1 met kaas en 1 met
honing. 1 schaaltje magere yoghurt met muesli en suiker 1 tomaat 1 sinaasappel 1 kop thee met suiker Tussenmaaltijd: 2 kop koffie met suiker en halfvolle koffiemelk 2 bruine boterhammen met halvarine, 1 met kaas en 1 met jam. Lunch: 5 bruine boterhammen met halvarine, 1 met kaas, 1 met achterham,
1 met rosbief, 1 met honing, 1 met jam. 1 krentenbol 1 glas halfvolle melk Tussenmaaltijd: 2 kop thee met suiker 3 bruine boterhammen met halvarine, 2 met kaas, 1 met jam. 1 glas vruchtensap Warme maaltijd: macaroni met ham-kaassaus 1 schaaltje rauwkost met dressing 1 schaaltje vla 's Avonds: 2 kop koffie met suiker en halfvolle melk 1 milkshake 1 banaan 1 glas vruchtensap 1 eierkoek Totaal levert dit ongeveer 4000 Kcal. Dit past bij een
intensieve training van iemand van 80 kg. Traint men niet of moet men
afvallen dan kan men minderen door boterhammen weg te laten, de milkshake
niet te drinken en/of de koek weg te laten. Andere mogelijkheden zijn de suiker uit koffie en thee weg te
laten, magere melk of karnemelk te drinken. Vooral bij hard trainen en bij
aftrainen is het beter om tussenmaaltijden te gebruiken.
|
|
|

